hypnosehelpt

Blog van Integrale Hypnotherapeute Ans Franken, EMDR, Regressie therapie, transactionele analyse, NLP


Een reactie plaatsen

Reïncarnatie

Terug naar de toekomst

Een vorig leven, bestaat dat? Met behulp van reïncarnatietherapie schijn je terug te kunnen gaan in de tijd. Vriendin’s Yvonne probeerde het uit en ging op reis.

Is er meer tussen hemel en aarde? Of stopt het hierna? Volgens mensen die geloven in reïncarnatie is er na dit leven méér. Het leven nu is slechts een tussenstation, waarna je ziel gewoon verder reist. Reïncarnatie betekent dat de ziel opnieuw geboren wordt, in een ander lichaam. Volgens de reïncarnatieleer is je ziel altijd onderweg om zich te ontwikkelen. Je tijd hier op aarde is dus een proces voor de geest om nieuwe dingen te leren. Dit proces is oneindig, en stopt niet na je dood. Op het moment dat je overlijdt, gaat de ziel over naar een ander lichaam om weer nieuwe dingen bij te leren. Dat is onderdeel van de evolutie. En zou dus betekenen dat je ziel vóórdat je geboren werd al in een ander lichaam heeft gewoond. Dit wordt ook wel een vorig leven genoemd. De meeste mensen kunnen zich hiervan niets herinneren. Toch schijn je die levens opnieuw te kunnen beleven. Met hulp van een reïncarnatietherapeut ga je dan terug in de tijd, dit gebeurt in trance. Dat is een soort krachtige concentratie waarmee je gebeurtenissen van toen op kunt roepen. Waar dit goed voor is? Het schijnt dat je door die trance zó diep in jezelf duikt, dat je beter begrijpt waarom je bepaalde keuzes maakt. Het kan je inzicht geven in jezelf, je laten voelen wie je écht bent en wat je diepste wens is.

 

[Hippietijd]

Lijkt mij erg interessant. Ik weet niet of ik geloof in reïncarnatie, maar ik denk wel dat er meer is tussen hemel en aarde, en dat we verbonden zijn met alles om ons heen.

Toch heeft zo’n sessie ook wel iets engs, vind ik. Je weet immers niet wat je tegen komt. Wie weet beland je in de middeleeuwen, aan de schandpaal. Of kom je in een ander gruwelijk scenario terecht. Maar het kan natuurlijk ook leuk worden; ik zou bijvoorbeeld best een kijkje willen nemen in de sixties. Lekker chillen in het gras, met bloemen in m’n haar. Gekke feestjes afstruinen en schrijvers en kunstenaars ontmoeten uit die tijd. Ik besluit de gok te wagen en me te onderwerpen aan zo’n sessie. Niet alleen voor de fun, het lijkt me ook nuttig. Ik heb bijvoorbeeld best wat vragen waar ik graag antwoord op zou willen. Waarom ik zo ontzettend chaotisch ben, bijvoorbeeld. Wellicht biedt zo’n sessie me helderheid. Samen met regressie- en reïncarnatietherapeute Ans ga ik een zielsreis maken. Een spirituele reis waarbij je ziel je dingen laat zien uit je onderbewustzijn. Dat kan een vorig leven zijn, of een tussenbestaan – een plek tussen twee levens in. Dit is een fase van ‘rust’ waar de ziel heen gaat voordat hij naar een ander leven gaat. In zo’n tussenfase schijnt het heel fijn te zijn, het is een plek waar alles goed en vredig is.

 

[Chaos]

Voor deze kosmische trip reis ik af naar Tilburg, want daar woont Ans en is ook haar praktijk. Ans weet dat ik journaliste ben en dat de reden van mijn komst een artikel is. Het zal een fijne reis worden, zegt ze. Maar toch moet ik er ook rekening mee houden dat dit geen plezierreisje is en er best wat dingen naar boven kunnen komen. Ik weet echt niet wat ik moet verwachten en besluit alles maar over me heen te laten komen. De juiste instelling, volgens Ans. De sessie vindt plaats in een soort tuinhuis. Een heel relaxed plekje waar het ruikt naar wierook en op de achtergrond een fijn muziekje klinkt. Gedimde lichtjes maken het gezellig en warm. Behalve dat ik journalist ben en nogal chaotisch (dat laatste heb ik haar niet eens hoeven te vertellen nadat ik een uur te laat was) weet Ans eigenlijk niets van mij. Tijdens mijn ‘reis’ zal ze me dan ook niet echt kunnen sturen. Wat volgens haar alleen maar beter is, want zo kan ze me de ruimte geven om alles zelf te ontdekken. Voordat we beginnen met de trance laat ze me een filmpje zien over het ontstaan van de mens. Dit met als doel om alvast in de sfeer te komen. Het filmpje gaat over de bron waaruit we allemaal zijn ontstaan. Ik zie trillingen in beeld en nevel. En hoe de eerste wezens op aarde veranderde van waterdier naar landdier. De voice over vertelt dat wanneer je sterft, je gaslichaam (wat dat ook mag zijn) vrijkomt. Best natuurkundig allemaal, maar ik probeer het goed in me op te nemen. Het filmpje eindigt met de uitspraak dat iedereen een tweelingziel heeft – een gids die jou de weg kan wijzen. Dat is geen echt mens maar een soort ‘aardige’ geest. “We proberen eerst in het tussenbestaan terecht te komen en je gids te ontmoeten,” zegt Ans. Omdat het daar zo mooi en fijn is, moét ik dat echt een meemaken volgens haar. Lijkt me top.

 

Alpenwei

Weggezakt in een luie stoel sluit ik mijn ogen. Ans vraagt me op mijn ademhaling te focussen. Maar om eerlijk te zijn heb ik de grootste moeite om stil te liggen. Dat heb ik vaker, vooral in situaties waarin ik stil moét liggen. Mijn ogenleden trillen en mijn arm doet raar. En dan begint ook nog eens mijn been te protesteren en kriebelt mijn linkervoet. ‘Ademhaling, let op je ademhaling!’ roep ik in stilte naar mezelf. Geconcentreerd voel ik hoe mijn borstkas op en neer beweegt en hoe de lucht in en uit stroomt. Dat maakt me iets rustiger. “Voel hoe je steeds lichter wordt. Met elke ademhaling wordt je lichter en lichter. Visualiseer dat een scherm van licht zich om je heen vormt. Het is een gouden licht dat jou beschermt tegen kwade invloeden van buitenaf.” Ik moet me van Ans richten op mijn binnenkant en voelen hoe het daar is. Ondertussen vertelt ze over een wolk die steeds dichterbij komt. Zo dichtbij dat ik hem aan kan raken en er op kan gaan liggen. Dat is wat ik doe; in gedachten klim ik op de wolk en laat me vallen in het zachte dons. Relaxed! Zachtjes wiegend zweef ik verder, de stem van Ans klinkt opeens heel ver weg… Totdat hij bijna wegsterft. “Ben je er nog?” Hoor ik opeens vanuit de verte. Oei, ik viel bijna in slaap! Dat kan niet de bedoeling zijn. Ans haalt me weer terug door haar stem iets te verheffen. Ik lig nog steeds op de wolk en staar naar de lucht, die helderblauw is. “Je kunt de wolk overal naartoe sturen,” verteld Ans. “Probeer maar naar een plek te gaan waar het heel fijn is. Wat als eerste in me opkomt is een alpenwei. Ik hou van bergen en heb goede herinneringen aan de vakanties vroeger in Zwitserland. Ik zie een bergwei voor me met fris groen gras en gele en witte bloempjes. In de hemel pieken besneeuwde bergtoppen. “Ga er maar naartoe.” De wolk heb ik inmiddels verlaten en ik vlei me op het gras. Ik ben licht en rustig. Alles is stil. Zo voelt het dus om in trance te zijn. Ik dacht altijd dat je dan compleet van de wereld was, maar dit is heel anders. Ik ben helemaal bij bewustzijn, maar voel me wel heel licht en heb een beetje het gevoel dat ik zweef.

Terug naar de alpenwei. Ik ben alleen, zie ik. Als Ans aan me vraagt hoe ik me voel, moet ik even nadenken, of liever gezegd: voelen. Ik zie bloemen en gras, bergen en een diepblauwe lucht. Dit voelt heel fijn. Ik ben dan wel alleen, maar toch voel ik me niet eenzaam. Alsof ik verbonden ben met alles om me heen. Hoe meer ik me concentreer op dit gevoel, hoe aangenamer het wordt. Ik voel me fijn en gelukkig; zonder zorgen. Het is eigenlijk echt heerlijk! Volgens Ans is dit het tussenbestaan: de plek waar de ziel naartoe gaat als het ene leven voorbij is en het volgende staat te wachten. Hier ga je dus heen als je sterft… Ik krijg een gevoel dat ik al heel lang niet heb gehad. Maar ik ken het wel, uit mijn kindertijd. De tijd dat je je nog geen zorgen hoefde te maken over geld, relaties, werk en noem maar op. De tijd dat niets moest en alles goed was. Ik wil hier niet meer weg, nooit meer.

“Ben je er klaar voor om verder te reizen?” vraag Ans. “Nee, ik wil hier blijven.”

 

Klimboom

Ik vind het ook wel een beetje verdrietig allemaal. Nu ik weet hoe fijn dit is, wil ik liever niet meer terug naar het dagelijkse leven. Maar ik hoef niet verdrietig te zijn zegt ze, ik kan dit gevoel meenemen naar het echte leven. Door in moeilijke tijden mijn ogen even te sluiten en me te concentreren op deze bergwei, zal dit fijne gevoel vanzelf terugkomen. Dat is een fijne gedachte.

Het is tijd om mijn gids te ontmoeten, zegt Ans. Mijn tweeling ziel die me beschermt en misschien wel antwoord kan geven op mijn vraag. Ik moet me inbeelden dat ik een nevel zie die steeds dichterbij komt en de vorm aanneemt van een gedaante. “Kijk maar eens hoe hij of zij eruit ziet.” Ik doe mijn best en zie een nevel, maar kan geen gezicht onderscheiden. Wel heeft het een kleur: roze. “Probeer maar contact te maken,” zegt Ans. Ik steek mijn hand uit en raak de nevel aan. Ondanks dat het geen menselijke vorm heeft, voelt het wel als een mens. Het is heel vertrouwd. Hoe dichterbij ik kom, hoe sterker het vertrouwde gevoel wordt. Het wordt sterker en sterker. Ik heb het gevoel dat ik heel dichtbij ‘hem’ of ‘haar’ wil zijn – iets dat helemaal nieuw is voor mij. Ik heb altijd heel erg op mezelf en vind het fijn om alleen te zijn. Maar bij deze persoon wil ik écht zijn, omdat ik het gevoel heb dat ik dit nodig heb. Het voelt als een warme deken. Als iemand die me beschermt en me volledig accepteert. Ik vind dit ook erg confronterend; het is iemand die ik eigenlijk al mijn hele leven mis. “Stel je vraag maar,” zegt Ans.

Nadat ik dit heb gedaan zie ik het grasveldje voor me waar we altijd speelden. Ik zie de klimboom en de struiken, waarin we ons altijd verstopten. En het mulle zand waar we ’s zomers pikzwart van werden. Opeens voel ik een brok ik mijn keel en de tranen achter mijn oogleden prikken. Het wordt me duidelijk dat ik me als kind ook al best eenzaam voelde. En onveilig. Waar dat vandaan komt weet ik niet… De brok wordt nog groter en ik moet echt op mijn tong bijten om niet in huilen uit te barsten, want dat wil ik niet. Dat voelt gewoon niet goed. Tjee, heftig dit!
Ik vertel alles aan Ans en volgens haar heeft die pijn ook een positieve kant: het antwoord op mijn vraag. Ans denkt dat is er een link is tussen onveiligheid en mijn chaos. Het zou goed kunnen dat het gevoel van onveiligheid ervoor heeft gezorgd dat ik al jaren alles te snel wil doen, en daardoor mezelf voorbij gelopen heb. Zit wat in, maar ik moet dit wel even laten bezinken.

Op haar vraag of ik samen met de gids nog verder wil gaan en een vorig leven wil ontdekken, pas ik. Ik ben uitgeblust. En had eigenlijk niet verwacht dat dit tripje zo heftig zou zijn. Liever houd ik het hierbij. Geen terugblik in de sixties dus en geen ruige feestjes, maar wel een antwoord waar ik misschien wel iets mee kan. Ze zeggen wel eens dat je niet te veel achterom moet kijken. Maar soms is een blik in het verleden nodig om te leven in het nu.

 

 

 

Advertenties